Een SSCC label is het label waarmee je een logistieke eenheid, denk aan een pallet of een verzamelcollo, een eigen unieke identiteit geeft in de keten. De SSCC zelf is een code van 18 cijfers, de Serial Shipping Container Code, en die code komt op het label terug als GS1-128 barcode. Werk je met een magazijn, een WMS of een ERP-systeem, dan is dit label vaak het scharnierpunt tussen jouw voorraadadministratie en die van je afnemer. In dit artikel leggen we uit wat een SSCC label precies is, hoe de code is opgebouwd, hoe het label eruitziet en welke rol het speelt in de logistieke keten.
We houden het praktisch en feitelijk. Je krijgt de opbouw van de code stap voor stap, uitleg over de barcode en de application identifier, richtlijnen voor plaatsing op een pallet en een toelichting op het gebruik in de vooraankondiging naar je afnemer. Met ruim 30 jaar ervaring in etiketten denken we graag met je mee over de juiste toepassing, maar de standaarden zelf zijn openbaar en breed geaccepteerd.
💡 In het kort
- Een SSCC (Serial Shipping Container Code) is een unieke code van 18 cijfers voor het identificeren van een logistieke eenheid, zoals een pallet of collo.
- De code bestaat uit een extensiecijfer, het GS1-bedrijfsprefix, een serienummer en een controlecijfer.
- Op het label staat de SSCC als GS1-128 barcode, voorafgegaan door de application identifier (00).
- Meestal zit de SSCC op een standaard logistiek label met meerdere gegevens, zoals afzender, ontvanger en inhoud.
- Elke SSCC is bijzonder en wordt maar één keer toegekend, zodat een eenheid door de hele keten te volgen is.
- De SSCC koppelt de fysieke pallet aan de digitale vooraankondiging (ASN) die je afnemer ontvangt.
Wat is een SSCC label precies?
Een SSCC label is een etiket dat op een logistieke eenheid wordt geplakt en dat de Serial Shipping Container Code draagt. Die code is een nummer van 18 cijfers dat wereldwijd maar één keer voorkomt. Daardoor kun je een specifieke pallet, rolcontainer of verzameldoos ondubbelzinnig aanwijzen, ongeacht wat erin zit. De SSCC zegt niets over het product zelf, maar alles over de verpakkingseenheid.
Het verschil met een productbarcode is belangrijk. Een GTIN of EAN op een verpakking vertelt welk artikel het is. Twee identieke dozen chips hebben dezelfde EAN. Een SSCC werkt anders, want ook twee volledig identieke pallets krijgen elk een eigen SSCC. Zo blijft elke eenheid apart te volgen. Wil je meer weten over de verschillende barcodes en hun toepassing, lees dan onze uitleg over GS1-barcodes zoals EAN, GTIN en GS1-128.
Het SSCC label is daarmee de fysieke drager van die unieke identiteit. Scan je het label bij ontvangst, dan weet het WMS meteen om welke eenheid het gaat en welke inhoud daaraan gekoppeld is in de vooraankondiging. Dat maakt het label tot een sleutelrol in geautomatiseerde logistiek.
Waarvoor dient een SSCC in de keten?
De SSCC is bedoeld om logistieke eenheden uniek te identificeren en te volgen. Zodra een pallet is samengesteld, ken je er een SSCC aan toe. Vanaf dat moment kun je die eenheid door de hele keten heen herkennen, van jouw magazijn via de vervoerder tot het distributiecentrum van je afnemer. Iedereen die het label scant, verwijst naar hetzelfde nummer.
Die eenduidigheid levert een paar concrete voordelen op:
- Traceerbaarheid. Je kunt precies terugzoeken waar een eenheid is geweest en wanneer. Bij een terugroepactie of klacht helpt dat om snel de juiste partij te vinden.
- Snellere ontvangst. De afnemer scant één SSCC en boekt daarmee de volledige inhoud van de eenheid in, in plaats van elk artikel los te tellen.
- Minder fouten. Omdat de code uniek is en machinaal wordt gelezen, verdwijnen typefouten en dubbeltellingen grotendeels.
- Koppeling met de administratie. De SSCC verbindt de fysieke pallet met de digitale gegevens die vooraf zijn doorgestuurd.
In veel branches, van food en retail tot industrie, is het werken met SSCC’s inmiddels een gangbare afspraak tussen leverancier en afnemer. Grote retailers en distributiecentra vragen er standaard om, omdat hun ontvangstproces erop is ingericht.
Hoe is een SSCC label opgebouwd qua code?
De SSCC bestaat altijd uit precies 18 cijfers. Die 18 cijfers zijn opgebouwd uit vier onderdelen, van links naar rechts:
- Extensiecijfer (1 cijfer). Dit is een vrij te kiezen cijfer, van 0 tot en met 9. Je gebruikt het om de nummercapaciteit te vergroten. Veel bedrijven beginnen simpelweg met 0.
- GS1-bedrijfsprefix. Dit is het nummer dat jouw organisatie van GS1 toegewezen heeft gekregen. Het identificeert jou als uitgevende partij en heeft een vaste lengte die per bedrijf verschilt.
- Serienummer. Dit deel vul je zelf in en maakt elke eenheid uniek. Samen met het bedrijfsprefix bepaalt het de lengte, zodat het geheel op 17 cijfers uitkomt vóór het controlecijfer.
- Controlecijfer (1 cijfer). Het laatste cijfer wordt berekend uit de voorgaande 17 cijfers volgens een vaste rekenmethode. Zo kan een scanner controleren of de code correct is gelezen.
Het extensiecijfer en het GS1-bedrijfsprefix liggen in de praktijk vast. De ruimte om unieke nummers te maken zit vooral in het serienummer. Hoe langer je bedrijfsprefix, hoe korter het serienummergedeelte, en andersom. Belangrijk om te onthouden: je geeft elke SSCC maar één keer uit. Een gangbare afspraak is dat je een toegekende SSCC een lange periode, vaak minstens een jaar na de laatste keten-activiteit, niet opnieuw gebruikt. Zo voorkom je dat twee verschillende eenheden ooit hetzelfde nummer dragen.
Het controlecijfer en de rol van uniciteit
Het controlecijfer is een klein maar belangrijk onderdeel. Het wordt berekend met de standaard GS1-methode, waarbij de cijfers op afwisselende posities met verschillende factoren worden vermenigvuldigd en opgeteld. De uitkomst bepaalt welk cijfer de code afsluit. Klopt het controlecijfer niet met de rest, dan weet de scanner dat er iets fout ging bij het lezen of printen en wordt de code afgekeurd.
Je hoeft dit meestal niet met de hand te berekenen. Goede labelsoftware, je WMS of je ERP-systeem doet dit automatisch zodra je een SSCC genereert. Dat neemt niet weg dat het handig is te begrijpen waaróm dat cijfer er staat, want het verklaart waarom je een SSCC nooit zomaar handmatig aanpast.
De uniciteit is de kern van het hele systeem. Een SSCC is pas waardevol als je zeker weet dat geen enkele andere eenheid hetzelfde nummer draagt. Daarom houd je in je administratie bij welke serienummers al zijn uitgegeven. Bij een gestructureerde uitgifte, bijvoorbeeld oplopend vanuit je systeem, is dat eenvoudig te borgen.
Hoe staat de SSCC op het label: barcode en application identifier
Op het label komt de SSCC terug als machineleesbare barcode, en wel in het GS1-128 symbool. Deze barcodesoort kan naast de cijfers ook een zogeheten application identifier meenemen. Dat is een korte code die aangeeft wát het volgende getal betekent. Voor de SSCC is de application identifier (00).
Concreet betekent dit dat de barcode begint met (00), gevolgd door de 18 cijfers van de SSCC. De haakjes rond de 00 zie je alleen in de leesbare tekst onder de streepjescode, ze worden niet meegecodeerd in de streepjes zelf. Onder de barcode staat de code doorgaans ook in gewone cijfers afgedrukt, zodat een medewerker de eenheid handmatig kan verwerken als scannen even niet lukt.
De keuze voor GS1-128 is niet toevallig. Dit symbool is gemaakt om dit soort gestructureerde gegevens betrouwbaar te dragen en wordt breed ondersteund door scanners in de logistiek. Wil je dieper ingaan op de verschillende GS1-symbolen, dan helpt onze uitleg over GS1-barcodes en het GS1-128 formaat je verder.
Het standaard logistieke pallet-label met meerdere gegevens
In de praktijk staat de SSCC zelden alleen op een label. Meestal maakt hij deel uit van een standaard logistiek label, ook wel het GS1 logistiek label of pallet-label genoemd. Dat label is doorgaans opgedeeld in blokken en bevat naast de SSCC nog meer informatie voor mens en machine.
Een gangbare indeling ziet er zo uit:
- Bovenblok. Vrije tekst voor mensen, zoals de naam en het adres van de afzender en de ontvanger.
- Middenblok. Aanvullende gegevens over de inhoud, bijvoorbeeld het artikelnummer (GTIN), aantallen, batch- of lotnummer en houdbaarheidsdatum. Deze staan er vaak zowel als leesbare tekst als in barcodes.
- Onderblok. De SSCC, prominent als GS1-128 barcode met de application identifier (00) en de cijfers eronder. Dit is het deel dat de eenheid uniek identificeert.
Welke velden je precies opneemt, hangt af van de afspraken met je afnemer en van je branche. In food zul je vaker met houdbaarheid en batch werken, in retail draait het meer om artikelnummer en aantallen. De SSCC in het onderblok is echter vrijwel altijd aanwezig, want dat is het anker waaraan de rest hangt.
De SSCC identificeert de eenheid, de overige velden beschrijven de inhoud. Samen maken ze het pallet-label compleet.
Afmetingen en plaatsing van pallet-labels
Voor het standaard logistieke label is een veelgebruikt formaat A5, dus 148 bij 210 millimeter. Dat biedt genoeg ruimte voor de tekstblokken en de barcodes zonder dat de streepjescode te klein wordt om betrouwbaar te scannen. Bij eenvoudiger eenheden of colli wordt soms een kleiner formaat gebruikt, maar zorg er altijd voor dat de GS1-128 barcode voldoende breedte en rustzones houdt.
Voor de plaatsing gelden een paar praktische richtlijnen die het scannen makkelijker maken:
- Plak het label op minimaal twee zijden van de pallet, bij voorkeur op twee aangrenzende kanten. Zo kan een medewerker of scanpoort de eenheid vinden zonder de pallet te hoeven draaien.
- Houd de barcode op een werkbare hoogte. Een veelgebruikte richtlijn is de onderkant van de barcode op ongeveer 400 tot 800 millimeter vanaf de vloer, zodat handscanners er goed bij kunnen.
- Blijf uit de buurt van randen en hoeken, waar het label kan beschadigen of loslaten.
- Zorg voor een vlakke, schone ondergrond. Krimpfolie die rimpelt of een vuile doos maakt scannen lastig.
De ondergrond bepaalt mede welk etiketmateriaal en welke lijm je nodig hebt. Een pallet die de vriescel in gaat, vraagt om ander materiaal dan een doos die droog en op kamertemperatuur blijft. Twijfel je over de juiste keuze voor jouw situatie, kijk dan bij onze uitleg over het kiezen van barcode-etiketten voor magazijn en logistiek. We denken hier graag in mee.
De rol van de SSCC bij de vooraankondiging (ASN) en tracking
De echte waarde van de SSCC komt naar voren in combinatie met de digitale vooraankondiging, in het Engels de Advance Shipping Notice of ASN. Voordat je zending fysiek aankomt, stuur je je afnemer elektronisch een bericht met daarin wat je verstuurt. In dat bericht koppel je elke SSCC aan de inhoud van die specifieke eenheid, dus welke artikelen, hoeveel en met welke batch- of houdbaarheidsgegevens.
Bij ontvangst hoeft de afnemer dan alleen nog de SSCC te scannen. Zijn systeem zoekt de bijbehorende inhoud op uit de eerder ontvangen vooraankondiging en boekt de eenheid in één handeling in. Dat scheelt tijd en fouten, en het maakt geautomatiseerde ontvangst mogelijk. Deze werkwijze wordt vaak SSCC-gestuurd of paperless receiving genoemd.
Ook voor tracking is de SSCC belangrijk. Elke keer dat de eenheid ergens wordt gescand, of dat nu bij afhaal, tijdens transport of bij aflevering is, kun je een gebeurtenis vastleggen tegen dat unieke nummer. Zo bouw je een spoor op waarmee je de eenheid door de keten kunt volgen. Voor het bredere kader rond deze standaarden verwijzen we naar onze kennisbank over barcodes, GS1 en SSCC-labels.
Waar let je op bij het maken van SSCC labels?
Een SSCC label is pas nuttig als het foutloos gescand kan worden en aan de afspraken met je afnemer voldoet. Een paar aandachtspunten helpen je op weg:
- Print scherp en met voldoende contrast. Een vage of te lichte barcode geeft leesproblemen. Een thermische printer met de juiste resolutie en een goed passend lint of label is hier belangrijk.
- Respecteer de rustzones. Aan weerszijden van de GS1-128 barcode moet een lege marge zitten, anders raakt de scanner in de war.
- Kies materiaal dat past bij de omstandigheden. Vocht, vorst, warmte of schuring vragen elk om ander etiketmateriaal en andere lijm.
- Borg de uniciteit in je proces. Laat je systeem de nummers uitgeven en hergebruik ze niet te snel.
- Stem het label af met je afnemer. Controleer welke velden verplicht zijn en welk formaat verwacht wordt, zodat je zending niet wordt geweigerd.
Doe je dit goed, dan levert het SSCC label precies op waarvoor het bedoeld is: een soepele, betrouwbare overdracht van eenheden door de keten. Met ruim 30 jaar ervaring en korte lijnen helpen we je graag bij de juiste keuze van etiket, materiaal en formaat.
Veelgestelde vragen
Hieronder vind je antwoord op de meest gestelde vragen.
Waar staat de afkorting SSCC voor?
SSCC staat voor Serial Shipping Container Code. Het is een code van 18 cijfers waarmee je een logistieke eenheid, zoals een pallet of collo, wereldwijd uniek identificeert. De code is onderdeel van de GS1-standaarden.
Wat is het verschil tussen een SSCC en een EAN of GTIN?
Een EAN of GTIN identificeert een product: alle identieke artikelen delen dezelfde code. Een SSCC identificeert een verpakkingseenheid en is altijd uniek, ook als twee pallets exact dezelfde inhoud hebben. De SSCC gaat dus over de eenheid, niet over het product.
Uit hoeveel cijfers bestaat een SSCC?
Een SSCC bestaat uit precies 18 cijfers. Die zijn opgebouwd uit een extensiecijfer, het GS1-bedrijfsprefix, een serienummer en een afsluitend controlecijfer. Samen vormen ze één uniek nummer.
Welke barcode gebruik je voor een SSCC?
De SSCC wordt weergegeven in het GS1-128 barcodesymbool. De code wordt voorafgegaan door de application identifier (00), die aangeeft dat het om een SSCC gaat. Onder de barcode staan de cijfers meestal ook leesbaar afgedrukt.
Heb ik een GS1-bedrijfsprefix nodig om SSCC’s te maken?
Ja. Het GS1-bedrijfsprefix is een vast onderdeel van de code en zorgt ervoor dat jouw nummers wereldwijd niet botsen met die van andere bedrijven. Je vraagt dit prefix aan bij GS1. Daarna kun je zelf serienummers toekennen binnen jouw reeks.
Mag ik een SSCC opnieuw gebruiken?
Een SSCC geef je maar één keer uit. Een gangbare afspraak is dat je een nummer een lange periode, vaak minstens een jaar na de laatste keten-activiteit, niet hergebruikt. Zo voorkom je dat twee verschillende eenheden ooit hetzelfde nummer dragen.
Conclusie
Een SSCC label geeft elke logistieke eenheid een eigen, unieke identiteit van 18 cijfers. Die code, opgebouwd uit een extensiecijfer, het GS1-bedrijfsprefix, een serienummer en een controlecijfer, komt op het label terug als GS1-128 barcode met de application identifier (00). Meestal maakt de SSCC deel uit van een standaard logistiek pallet-label met afzender, ontvanger en inhoud, en zorg je met de juiste afmetingen, plaatsing en materiaalkeuze dat het label betrouwbaar te scannen is. In de keten koppelt de SSCC de fysieke eenheid aan de digitale vooraankondiging, zodat ontvangst sneller en met minder fouten verloopt.
Wil je zeker weten dat je SSCC labels aan de eisen van je afnemer voldoen en goed werken in jouw magazijn? Wij denken graag met je mee over etiket, materiaal en formaat.