Als je in de logistiek, retail, food of productie werkt, kom je dagelijks GS1 barcodes tegen. Op elk product bij de kassa, op elke pallet in het magazijn en in elk WMS- of ERP-systeem waar je mee werkt. Maar wat betekenen die codes nu precies, en waarom staat er op de ene verpakking een korte streepjescode en op een pallet een veel langere? In dit artikel leggen we het GS1-systeem uit in gewoon Nederlands: wat GS1 is, wat GTIN en EAN betekenen, waar GS1-128 voor dient en hoe je aan je eigen nummers komt.
Wij werken al ruim 30 jaar met etiketten voor bedrijven die producten identificeren en door de keten sturen. In de praktijk zien we dat de terminologie rond GS1 barcodes vaak door elkaar loopt. Hieronder brengen we structuur aan, zodat je precies weet welke code waar hoort en wat er achter de streepjes zit.
💡 In het kort
- GS1 is de wereldwijde organisatie die de standaarden beheert waarmee producten, verpakkingen en logistieke eenheden uniek worden geïdentificeerd.
- GTIN is het nummer dat een product identificeert. EAN-13 is de bekende barcode waarin dat nummer bij de kassa wordt gescand.
- Een EAN-13-barcode bevat een GTIN, dus het zijn geen tegenstellingen maar twee lagen van hetzelfde systeem.
- GS1-128 (voorheen EAN-128) draagt naast het productnummer ook logistieke gegevens zoals batch, houdbaarheidsdatum en het SSCC-nummer.
- Die extra gegevens worden gestructureerd met application identifiers (AI’s), korte cijfercodes die vertellen wat het volgende veld betekent.
- Je eigen GS1-nummers krijg je via een bedrijfsprefix, uitgegeven door de GS1-organisatie in jouw land.
Wat is GS1 precies?
GS1 is een wereldwijde, neutrale standaardenorganisatie zonder winstoogmerk. Ze beheert de afspraken waarmee bedrijven over de hele wereld producten, verpakkingen, locaties en logistieke eenheden op dezelfde manier identificeren. Het grote voordeel is eenduidigheid: een barcode die in Nederland wordt aangemaakt, is in Duitsland, België of daarbuiten even leesbaar en betekent overal precies hetzelfde.
De organisatie werkt met nationale afdelingen, zoals GS1 Nederland, die de nummers uitgeven en bedrijven begeleiden. De standaarden zelf zijn internationaal en worden gezamenlijk beheerd. Daardoor kun je met één systeem zowel de kassa in een supermarkt als een geautomatiseerd magazijn bedienen.
Het GS1-systeem bestaat uit meer dan alleen streepjescodes. Het omvat identificatiesleutels (de nummers), datadragers (de barcodes en tegenwoordig ook 2D-codes) en afspraken over data-uitwisseling. Voor de meeste bedrijven draait het in de praktijk om twee dingen: de juiste nummers toekennen en die correct op je etiketten afdrukken.
GTIN: het nummer dat je product identificeert
GTIN staat voor Global Trade Item Number. Dit is het nummer dat een handelsartikel uniek identificeert. Elk product met een eigen samenstelling, inhoud of verpakkingsniveau krijgt zijn eigen GTIN. Een fles frisdrank van 0,5 liter heeft een ander GTIN dan dezelfde frisdrank van 1,5 liter, en een sixpack van die flessen heeft er weer een eigen.
Het GTIN is de kern van het systeem. Alle andere codes en toepassingen verwijzen er direct of indirect naar. Zodra jij en je handelspartner hetzelfde GTIN gebruiken, weten jullie systemen zonder verdere uitleg dat het over exact hetzelfde artikel gaat.
Een GTIN komt in verschillende lengtes voor, afhankelijk van de toepassing. De bekendste zijn GTIN-13 (dertien cijfers, gebruikt in de EAN-13-barcode), GTIN-8 (voor kleine verpakkingen) en GTIN-14 (vaak gebruikt voor omverpakkingen en logistieke eenheden). Het laatste cijfer is altijd een controlecijfer, berekend uit de voorgaande cijfers, waarmee een scanner kan controleren of de code correct is gelezen.
EAN-13: de bekende barcode bij de kassa
De EAN-13 is de streepjescode die je van vrijwel elk consumentenproduct kent. EAN stond oorspronkelijk voor European Article Number, maar het systeem is allang wereldwijd. In deze barcode zitten dertien cijfers verwerkt, en die dertien cijfers zijn precies het GTIN-13 van het product.
De EAN-13 is ontworpen om snel en betrouwbaar bij de kassa te worden gescand. De verhoudingen van de strepen en de rustzones aan weerszijden zijn vastgelegd, zodat een scanner de code vanuit vrijwel elke hoek kan lezen. Daarom is het belangrijk dat je de code niet vervormt, verkleint tot onder de toegestane maat of te dicht op andere elementen plaatst.
Voor kleinere verpakkingen bestaat de EAN-8, met acht cijfers. Die gebruik je alleen als er echt te weinig ruimte is voor een volledige EAN-13, bijvoorbeeld op kleine snoep- of cosmeticaverpakkingen. In de meeste gevallen is de EAN-13 de standaardkeuze voor artikelen die door een consument worden afgerekend.
Het verschil tussen GTIN en EAN
Dit is waar veel verwarring ontstaat, dus laten we het duidelijk stellen: GTIN en EAN zijn geen concurrenten en het is ook geen kwestie van kiezen. Het GTIN is het nummer, de identiteit van je product. EAN-13 is één van de barcodesymbolen waarin dat nummer wordt weergegeven zodat een scanner het kan lezen.
Vergelijk het met een telefoonnummer en de manier waarop je het opschrijft. Het nummer blijft hetzelfde, of je het nu op papier of op een scherm zet. Zo is het GTIN de informatie en de EAN-13-barcode de vorm waarin die informatie zichtbaar en scanbaar wordt gemaakt.
In de praktijk gebruiken mensen “EAN-nummer” vaak als synoniem voor het GTIN. Dat is niet honderd procent zuiver, maar meestal bedoelen ze hetzelfde dertiencijferige nummer. Waar het echt om draait, is dat je begrijpt dat dezelfde productidentificatie in verschillende barcodesymbolen kan worden afgedrukt, afhankelijk van waar en hoe je scant. Voor de kassa is dat de EAN-13, voor het magazijn kan het GS1-128 zijn.
GS1-128: barcodes voor de logistiek
Zodra je van de kassa naar het magazijn en de transportketen gaat, heb je meer nodig dan alleen een productnummer. Je wilt bijvoorbeeld ook weten welke batch het is, wanneer het houdbaar is en om welke pallet of colli het gaat. Daarvoor gebruik je de GS1-128, vroeger EAN-128 genoemd.
GS1-128 is gebaseerd op het Code 128-symbool, een barcode die een lange reeks cijfers en tekst compact kan weergeven. Het bijzondere aan GS1-128 is dat er meerdere gegevens in één barcode kunnen zitten, netjes van elkaar gescheiden. Zo staat op een pallet- of colli-etiket vaak één barcode die tegelijk het GTIN, de batch, de houdbaarheidsdatum en een uniek verpakkingsnummer bevat.
Deze barcode wordt niet bij de kassa gebruikt, maar bij het inslaan, verplaatsen, picken en verzenden van goederen. Je scanner en WMS lezen de code, herkennen de afzonderlijke gegevens en boeken die automatisch weg. Daardoor hoef je niets handmatig in te voeren, wat fouten en tijdverlies scheelt. Wil je dieper ingaan op de keuze van het juiste etiket voor deze processen, lees dan ons artikel over het kiezen van barcode-etiketten voor magazijn en logistiek.
Application identifiers: de sleutel tot GS1-128
Om te begrijpen hoe één barcode meerdere gegevens netjes uit elkaar houdt, moet je de application identifiers kennen, meestal afgekort als AI’s. Een application identifier is een kort cijferprefix dat vertelt wat het gegeven daarachter betekent en hoe lang het is. De scanner leest de AI, weet daardoor wat er volgt en verwerkt het veld correct.
Een paar veelgebruikte application identifiers helpen om het concreet te maken:
- 01 geeft aan dat het volgende veld een GTIN is, in de veertiencijferige vorm.
- 10 staat voor het batch- of lotnummer, belangrijk voor traceerbaarheid en recalls.
- 17 geeft de houdbaarheidsdatum aan, de THT of tenminste houdbaar tot, meestal in het formaat jaar-maand-dag.
- 00 staat voor het SSCC, het unieke nummer van een logistieke eenheid zoals een pallet of colli.
Doordat elke AI vastligt, kan een systeem overal ter wereld dezelfde GS1-128-barcode ontleden. Ziet je scanner bijvoorbeeld de reeks die met 17 begint, dan weet hij dat de volgende zes cijfers een datum voorstellen. Zo bouw je met een handvol standaardcodes een complete, machineleesbare beschrijving van een zending op.
Voor food en farma zijn juist batch en houdbaarheid onmisbaar, omdat je bij een terugroepactie snel moet kunnen bepalen welke eenheden het betreft. De AI’s 10 en 17 spelen daarin een sleutelrol. In andere sectoren ligt de nadruk soms meer op het SSCC en het GTIN, afhankelijk van wat je keten nodig heeft.
Waar wordt welke barcode gebruikt?
Nu de bouwstenen helder zijn, is de vuistregel eenvoudig. Bij de consument en de kassa gebruik je de EAN-13 met het GTIN. In het magazijn en het transport gebruik je de GS1-128 met het GTIN plus logistieke gegevens. Beide horen bij hetzelfde GS1-systeem en verwijzen naar dezelfde producten, alleen op een ander niveau van de keten.
Op verpakkingsniveau denk je meestal in lagen. Het consumenteneenheidje krijgt een EAN-13. De omdoos of tussenverpakking krijgt vaak een GTIN-14 en kan met een GS1-128 worden geëtiketteerd. De pallet als geheel krijgt een SSCC-label, dat de hele lading als één logistieke eenheid identificeert. Meer over dat palletniveau lees je in onze uitleg over het SSCC-label.
Het handige van dit gelaagde systeem is dat elk niveau precies genoeg informatie draagt voor de plek waar het wordt gescand. De kassamedewerker hoeft niets te weten over batches, en de magazijnmedewerker hoeft niet handmatig een prijs op te zoeken. Wil je het hele overzicht van barcode-, GS1- en SSCC-labels bij elkaar zien, kijk dan op onze hubpagina over barcode-, GS1- en SSCC-labels.
Hoe kom je aan een GS1-nummer?
Wil je eigen GS1 barcodes gebruiken die overal betrouwbaar scanbaar zijn, dan heb je een bedrijfsprefix nodig. Dat vraag je aan bij de GS1-organisatie in jouw land, bijvoorbeeld GS1 Nederland. Zo’n prefix is een uniek nummerblok dat aan jouw onderneming is gekoppeld. Alleen jij mag daaronder producten nummeren, waardoor je GTIN’s gegarandeerd nergens ter wereld botsen met die van een ander bedrijf.
Zodra je een bedrijfsprefix hebt, ken je binnen dat blok zelf nummers toe aan je producten. Je bepaalt per artikel en per verpakkingsniveau een eigen GTIN, waarbij het systeem het controlecijfer voor je berekent. Voor de logistieke eenheden vorm je met datzelfde prefix ook de SSCC-nummers. Op die manier komt alles uit één samenhangende bron.
Belangrijk om te weten: een bedrijfsprefix regel je zelf bij GS1, dat is niet iets wat een etikettenleverancier voor je aanvraagt. Wij denken wél graag mee zodra het gaat om het vertalen van je nummers naar drukklare, goed scanbare etiketten. Dat is precies het punt waar veel bedrijven ondersteuning zoeken, want de theorie van de nummers is één ding en een correct afgedrukt label dat elke keer feilloos scant, is een ander.
Een barcode is pas zoveel waard als hij betrouwbaar scant. De juiste nummers, de juiste symbologie en een schone afdruk moeten samenkomen, anders loopt je proces alsnog vast bij de scanner.
Van nummer naar goed werkend etiket
Het GS1-systeem geeft je de logica, maar in de dagelijkse praktijk draait het om de uitvoering. Een barcode moet in de juiste symbologie staan, groot genoeg zijn, voldoende contrast hebben en met de goede rustzones worden geplaatst. Wordt de code te klein afgedrukt of loopt de inkt uit op een verkeerd etiketmateriaal, dan haalt de scanner hem er niet of traag uit. In een geautomatiseerd magazijn merk je dat meteen aan je doorlooptijd.
Ook de keuze van het etiketmateriaal telt mee. Een pallet die de vrieskou in gaat, vraagt om een andere lijmlaag dan een doos in een droog magazijn. Een label dat over ruw karton of gebogen folie loopt, moet daar tegen kunnen zonder dat de barcode vervormt. Dat zijn precies de afwegingen waar onze ruim 30 jaar ervaring van pas komt, en waar we graag met je meedenken.
Door de nummers uit het GS1-systeem te combineren met de juiste symbologie en het passende materiaal, krijg je etiketten die in de hele keten meewerken. Van de kassa met een EAN-13 tot de pallet met een GS1-128 en een SSCC, alles sluit dan op elkaar aan. Dat scheelt fouten, handwerk en vertraging, en het houdt je logistieke proces soepel.
Veelgestelde vragen
Hieronder vind je antwoord op de meest gestelde vragen.
Wat is het verschil tussen GS1 en een barcode?
GS1 is de organisatie en het standaardensysteem, de barcode is de zichtbare drager van de gegevens. GS1 beheert de afspraken over welke nummers producten krijgen en hoe die worden weergegeven. Een barcode zoals de EAN-13 of GS1-128 is de streepjescode waarin een GS1-nummer wordt afgedrukt zodat een scanner het kan lezen.
Is een EAN-nummer hetzelfde als een GTIN?
In de praktijk bedoelen mensen er vaak hetzelfde dertiencijferige nummer mee. Strikt genomen is het GTIN de identificatie van je product en is EAN-13 de barcode waarin dat GTIN wordt weergegeven. Het GTIN is dus de informatie en de EAN-13 is de vorm. Ze horen bij elkaar en zijn geen keuze tussen twee systemen.
Waarvoor gebruik je GS1-128 in plaats van EAN-13?
Je gebruikt GS1-128 wanneer je naast het productnummer ook logistieke gegevens wilt vastleggen, zoals batchnummer, houdbaarheidsdatum en het SSCC. Die extra informatie past niet in een EAN-13, die alleen het GTIN bevat. GS1-128 is daarom de standaard voor magazijn- en transportetiketten, terwijl de EAN-13 de barcode voor de kassa blijft.
Wat zijn application identifiers?
Application identifiers, afgekort AI’s, zijn korte cijfercodes in een GS1-128-barcode die vertellen wat het volgende gegeven betekent. Zo staat 01 voor het GTIN, 10 voor het batchnummer, 17 voor de houdbaarheidsdatum en 00 voor het SSCC. Dankzij deze AI’s kan een scanner meerdere gegevens uit één barcode betrouwbaar uit elkaar houden en verwerken.
Hoe kom ik aan mijn eigen GS1 barcodes?
Je vraagt een bedrijfsprefix aan bij de GS1-organisatie in jouw land, bijvoorbeeld GS1 Nederland. Dat prefix is een uniek nummerblok waarbinnen alleen jij producten nummert. Vervolgens ken je zelf GTIN’s toe aan je artikelen en verpakkingsniveaus. Het aanvragen van de prefix doe je rechtstreeks bij GS1, het omzetten naar drukklare etiketten kunnen wij voor je verzorgen.
Waarom scant mijn barcode soms niet goed?
Meestal ligt dat aan de afdruk of het materiaal, niet aan het nummer zelf. Een te kleine code, onvoldoende contrast, ontbrekende rustzones of een label dat uitloopt op het verkeerde materiaal maken de barcode moeilijk leesbaar. Kies daarom de juiste symbologie, formaat en etiketsoort voor jouw toepassing, dan blijft de code in de hele keten betrouwbaar scanbaar.
Conclusie
Het GS1-systeem is minder ingewikkeld dan het lijkt zodra je de lagen uit elkaar haalt. GS1 is de organisatie achter de standaarden, het GTIN is het nummer dat je product identificeert, de EAN-13 is de barcode waarin dat nummer bij de kassa wordt gescand en de GS1-128 draagt in het magazijn en transport ook batch, houdbaarheid en het SSCC. Met application identifiers houdt zo’n logistieke barcode al die gegevens netjes uit elkaar, en met een bedrijfsprefix van GS1 vorm je je eigen unieke nummers.
De sprong van theorie naar de praktijk zit in het etiket zelf: de juiste symbologie, het juiste formaat en een materiaal dat past bij jouw omgeving. Daar denken we graag met je mee, zodat je barcodes overal in de keten betrouwbaar scannen. Heb je vragen over de beste labeloplossing voor jouw producten of processen?