Sla je verpakte gevaarlijke stoffen op in een magazijn, een buitenopslag of een brandveiligheidskast, dan krijg je vroeg of laat te maken met PGS 15. Een deel van die richtlijn gaat over iets wat in de praktijk snel ondersneeuwt: etikettering en markering. Is op elke verpakking, op elk vak en bij elke toegangsdeur duidelijk welk gevaar er ligt?
Daar draait dit artikel om: etiketten op de verpakkingen, borden bij de opslag, scheiding van stoffen en het overzicht voor de hulpdiensten. Het is uitleg, geen juridisch advies. Welke voorschriften voor jouw locatie gelden, lees je in je vergunning of het omgevingsplan en vraag je na bij de omgevingsdienst.
Waar het op neerkomt
PGS 15 is de richtlijn voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen. Ze krijgt rechtskracht via het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of via je omgevingsvergunning.
Op de etiketten van opgeslagen stoffen moeten de gevaren duidelijk zichtbaar zijn: ADR-gevaarsetiketten en UN-nummer op transportverpakkingen, CLP-etiketten op gebruiksverpakkingen.
Bij de toegangsdeur hangen waarschuwingsborden met de gevaren van de opgeslagen stoffen, plus een pictogram voor het rook- en vuurverbod.
Stoffen die gevaarlijk met elkaar kunnen reageren sla je gescheiden op. Het etiket is daarbij je eerste bron van informatie.
Bij grotere opslagen hoort een journaal met onder meer UN-nummer, ADR-klasse en gevaarsetiketten per stof, zodat de brandweer weet wat er ligt.
Wat is PGS 15?
PGS staat voor Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. PGS 15 heet voluit “Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen” en gaat over brandveiligheid, arbeidsveiligheid en omgevingsveiligheid bij de opslag van stoffen in verpakking: vaten, jerrycans, IBC’s, dozen, gasflessen en kleinere verpakkingen. De richtlijn geldt voor verpakte gevaarlijke stoffen en voor CMR-stoffen, dat zijn stoffen die kankerverwekkend, mutageen of schadelijk voor de voortplanting zijn.
De richtlijn maakt onderscheid tussen kleine opslagvoorzieningen tot en met 10.000 kg en grote opslagvoorzieningen daarboven. Voor de kleine opslag kan een basisvoorzieningenniveau volstaan. Bij een grotere opslag bepalen de gevaarseigenschappen van de stoffen welk van de vier beschermingsniveaus nodig is. Hoe brandbaarder de stof, hoe zwaarder het beschermingsniveau.
Is PGS 15 verplicht en voor wie geldt het?
Een PGS-richtlijn is op zichzelf geen wet. PGS 15 krijgt rechtskracht doordat een bindend document ernaar verwijst. Onder de Omgevingswet verwijst paragraaf 4.98 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) naar PGS 15. Voor een deel van de activiteiten gelden de PGS-voorschriften daardoor rechtstreeks, voor andere activiteiten worden ze opgenomen in de omgevingsvergunning. Daarnaast is PGS 15 in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) aangewezen als BBT-document, een document dat de beste beschikbare technieken beschrijft. Het bevoegd gezag kan bovendien maatwerk toestaan of eisen. Welke regels voor jouw locatie gelden, staat dus in de combinatie van Bal, eventuele vergunning en eventuele maatwerkafspraken.
Vanaf welke hoeveelheden?
Het Bal kent ondergrenzen. Volgens het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) is het opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking een milieubelastende activiteit zodra je boven een van die grenzen komt. De algemene grens ligt bij 1.000 kg verpakte gevaarlijke stoffen in totaal, maar voor de gevaarlijkste stoffen liggen de grenzen veel lager. Voorbeelden zijn 25 kg vloeibare stoffen van ADR-klasse 3 in verpakkingsgroep I of II en 125 liter brandbare gassen in gasflessen. Voor de zwaarste categorieën ligt de grens al bij 1 kg. Kom je boven een ondergrens, dan moet de opslag aan PGS 15 voldoen. Vanaf 10.000 kg in totaal heb je bovendien een omgevingsvergunning nodig.
Ook binnen PGS 15 spelen hoeveelheden een rol. In de aangewezen versie mag een inpandige opslagvoorziening ten hoogste 2.500 kg verpakte gevaarlijke stoffen bevatten. Voor onbrandbare stoffen van uitsluitend ADR-klasse 8 (verpakkingsgroep II of III zonder bijkomend gevaar) en ADR-klasse 9 ligt die grens op 10.000 kg. Op een verdieping mag maximaal 500 kg of 500 liter staan, waarbij een kelder als verdieping telt en de begane grond niet. Je ziet hier opnieuw waarom het etiket ertoe doet: de klasse, de verpakkingsgroep en een eventueel bijkomend gevaar bepalen welke grens van toepassing is.
Welke stoffen vallen eronder en welke niet?
PGS 15 gaat uit van de ADR-indeling. Volgens het IPLO vallen onder meer vuurwerk (klasse 1) en radioactieve stoffen (klasse 7) buiten de richtlijn, net als alcoholhoudende dranken in consumentenverpakking en dieselolie of gasolie met een vlampunt tussen 60 en 100 °C. Van klasse 9 vallen alleen de milieugevaarlijke stoffen met classificatiecode M6 en M7 (UN 3082 en UN 3077) eronder. Dat betekent dat lithiumbatterijen niet onder PGS 15 vallen. Voor de opslag daarvan bestaat een aparte richtlijn, PGS 37-2.
Aan de andere kant gaat PGS 15 verder dan het ADR. CMR-stoffen vallen er ook onder, net als stoffen die volgens de CLP-verordening acuut giftig zijn in categorie 1, 2 of 3, ook als ze geen ADR-classificatie hebben. Gewasbeschermingsmiddelen en biociden vallen eronder vanaf 400 kg. Overige stoffen die alleen een CLP-indeling hebben, vallen er niet onder. Twijfel je of je opslag eronder valt, neem dan contact op met de omgevingsdienst in jouw regio.
Welke versie van PGS 15 geldt nu?
Op de website van de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen staat als nieuwste versie PGS 15:2025, inmiddels in versie 1.1. Die versie is vastgesteld door het Bestuurlijk Omgevingsberaad. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft echter besloten haar niet aan te wijzen in de Omgevingsregeling, omdat er verschillende knelpunten en onduidelijkheden zijn gevonden. PGS 15:2021 blijft daarmee de voorgeschreven versie. Volgens het IPLO volgt geen volledige herziening, maar wordt gericht naar onderdelen gekeken.
Wil je toch al met de nieuwe versie werken, dan kan dat volgens het IPLO op basis van gelijkwaardigheid of maatwerk, in overleg met het bevoegd gezag. De voorschriften en getallen in dit artikel komen uit PGS 15:2021, de versie die nu wettelijk is aangewezen.
Gratis nieuwsbrief
Tips over etiketteren in je mail
Praktische tips, nieuwe producten en aanbiedingen van Etikon Webshop. Je laat alleen je mailadres achter.
Etiketten op de verpakkingen: wat moet erop blijven?
De basisregel in PGS 15 is helder: op de etiketten van de opgeslagen gevaarlijke stoffen moeten de gevaren duidelijk tot uiting komen. Wat erop moet staan, hangt af van het type verpakking.
Transportverpakkingen: ADR-etiket en UN-nummer
Staan stoffen in hun transportverpakking in de opslag, dan horen die verpakkingen voorzien te zijn van wat het ADR voor vervoer voorschrijft. Elk collo heeft dan het gevaarsetiket of de gevaarsetiketten van de stof en een UN-nummer met de letters UN ervoor. Welk gevaarsetiket bij welke stof hoort, lees je in ons artikel over de ADR-klassen en hun etiketten. Komen er nieuwe ADR-etiketten nodig, bijvoorbeeld omdat je zelf herverpakt, dan vind je ze in onze categorie ADR-etiketten. Etikon Webshop levert die in 100 x 100 mm op rollen van 1.000 stuks, deels in papier en deels in kunststof (PP).
Voor kleine hoeveelheden gelden uitzonderingen. Verpakkingen onder de regeling voor gelimiteerde hoeveelheden (LQ) of vrijgestelde hoeveelheden (EQ) hoeven geen gevaarsetiket van de klasse te dragen. Een LQ-verpakking draagt wel de LQ-markering, een EQ-verpakking een label met de letter E. Meer daarover lees je in het artikel over wanneer het LQ-etiket nodig is.
Gebruiksverpakkingen: CLP-etiket of werkpleketiket
Gebruiksverpakkingen, zoals een fles of blik die op de werkvloer wordt gebruikt, horen een etiket volgens de CLP-verordening te hebben. Vul je zelf af voor intern gebruik, dan geeft PGS 15 aan dat die verpakking een werkpleketiket volgens de Arbeidsomstandighedenwet moet hebben. De betekenis van de ruitvormige symbolen lees je in ons artikel over gevarensymbolen en GHS-pictogrammen. Hoe CLP-etiketten er in de chemische productie uitzien, staat in ons artikel over etiketten in de chemie.
Lege, ongereinigde verpakkingen
Een verpakking die leeg is maar niet gereinigd, valt in PGS 15 onder dezelfde opslagregels als een volle verpakking, tenzij je maatregelen hebt genomen die de gevaren uitsluiten. De richtlijn sluit hiermee aan op het ADR: een lege, ongereinigde verpakking blijft gesloten en houdt alle etiketten en opschriften die er in gevulde toestand op zaten. Haal dus geen etiketten van een lege jerrycan zolang er nog restanten in kunnen zitten.
Markering van de opslagvoorziening en de deuren
Wie een opslagruimte, container of kast nadert, moet kunnen zien welk gevaar erin ligt. Dat geldt voor medewerkers en zeker voor de brandweer bij een incident.
- Waarschuwingsborden bij de toegangsdeur. Aan de buitenzijde van de opslagvoorziening, bij de toegangsdeur of -deuren, hangen op een duidelijk zichtbare plek waarschuwingsborden die het gevaar van de opgeslagen stoffen aanduiden. De gevaarsymbolen worden aangebracht volgens artikel 8.10 van de Arbeidsomstandighedenregeling.
- Rook- en vuurverbod. Binnen de opslagvoorziening en binnen 2 meter daarvan mag niet worden gerookt en mag geen open vuur zijn. Dat verbod maak je duidelijk met een pictogram volgens NEN-EN-ISO 7010 en NEN 3011.
- Alleen LQ is niet genoeg. PGS 15 zegt uitdrukkelijk dat de gevaarsaanduiding LQ alleen niet toereikend is als markering van de opslag. Ook bij een opslag met vooral LQ-goederen hang je dus borden die het werkelijke gevaar laten zien.
- Per vak, cluster of sectie. Liggen in een open opslag verschillende stoffen in aparte vakken, clusters of secties, dan volstaat het om per vak, cluster of sectie het gevarensymbool aan te brengen.
Markering bij opslag in lagen
VerpakkingADR-gevaarsetiket en UN-nummer, of CLP-etiket of werkpleketiket
Vak of sectiegevarensymbool per vak, cluster of sectie in een open opslag
Toegangsdeurwaarschuwingsborden en het pictogram voor rook- en vuurverbod
Journaaloverzicht van stoffen, hoeveelheden en locatie voor de hulpdiensten
Scheiding per categorie: het etiket als startpunt
PGS 15 schrijft voor dat verpakte gevaarlijke stoffen die gevaarlijk met elkaar kunnen reageren, gescheiden worden opgeslagen. Het gaat om reacties waarbij de temperatuur of druk sterk oploopt, of waarbij gassen ontstaan die giftiger of brandbaarder zijn dan je op basis van de afzonderlijke stoffen zou verwachten. Voor stoffen onder de LQ- of EQ-regeling geldt deze scheidingsplicht niet, zolang ze in de transportverpakking zijn opgeslagen.
Om te bepalen wat bij elkaar mag, kijk je naar de ADR-klasse en de bijkomende gevaren op het etiket. Een bijlage van PGS 15 bevat een scheidingstabel voor de klassen 3, 5.1, 6.1, 8 en 9. Die tabel werkt met drie niveaus:
Niveau V
Aparte vakken
Bijvoorbeeld brandbare vloeistoffen (klasse 3) en oxiderende stoffen (klasse 5.1).
Niveau B
Gescheiden, tenzij beoordeeld
Bijvoorbeeld zuren en basen binnen klasse 8. Beoordeling op basis van het veiligheidsinformatieblad.
Geen scheiding
Samen toegestaan
Bijvoorbeeld brandbare vloeistoffen onderling (klasse 3 met klasse 3).
Klasse 2, klasse 4 en klasse 5.2 hebben eigen hoofdstukken in PGS 15 en vallen buiten deze tabel.
Bij niveau V gaan stoffen in aparte vakken, bij niveau B sla je ze gescheiden op tenzij is beoordeeld dat ze niet met elkaar reageren of dat beide als vaste stof zijn ingedeeld. Voor die beoordeling gaat PGS 15 uit van de informatie in het veiligheidsinformatieblad van de stof. Gescheiden opslag kun je onder meer realiseren met een vrije afstand van ten minste 2 meter, met aparte lekbakken of met een apart brandcompartiment.
Hier zie je waarom een correct etiket zo veel uitmaakt. Bijtende stoffen van klasse 8 dragen hetzelfde etiket, of ze nu zuur of basisch zijn. Het etiket alleen vertelt je dus niet of twee vaten met etiket 8 naast elkaar mogen. Daarvoor heb je het veiligheidsinformatieblad nodig.
Overzicht en registratie: het journaal
Wordt op de locatie in totaal meer dan 2.500 kg verpakte gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen opgeslagen, dan vraagt PGS 15 om een journaal per opslagvoorziening. Dat journaal moet de hulpdiensten een beeld geven van de te verwachten gevaren en moet direct toegankelijk zijn. Een digitaal journaal is acceptabel, mits het bij een calamiteit gegarandeerd bereikbaar is en het bevoegd gezag ermee instemt.
In het journaal staan ten minste:
- de juiste vervoersnaam en de ADR-klasse van elke stof;
- de hoeveelheid per ADR-klasse;
- de verpakkingsgroep, als die is toegewezen;
- het UN-nummer en de modelnummers van de gevaarsetiketten, bijvoorbeeld 3 + 6.1 bij een brandbare vloeistof met een giftig bijkomend gevaar;
- CMR-stoffen met hun chemische naam en de vermelding CMR;
- namen en telefoonnummers van contactpersonen voor de hulpdiensten;
- een actuele tekening met de plattegrond, de gebouwen, de opslaglocaties en een noordpijl.
Journaal en etiketten moeten met elkaar kloppen, anders werkt de brandweer met onjuiste informatie. Wisselt je voorraad vaak, dan gaat PGS 15 ervan uit dat je het journaal dagelijks bijwerkt. Daarnaast vraagt PGS 15 dat de veiligheidsinformatiebladen beschikbaar zijn voor stoffen waarvoor REACH dat verplicht. Dat mag ook digitaal.
Beschadigde of onleesbare etiketten vervangen
PGS 15 vraagt dat je de verpakkingen in een opslagvoorziening regelmatig controleert op lekkage en beschadiging. Neem de etiketten mee in die ronde. De eis dat de gevaren op het etiket duidelijk tot uiting komen, geldt zolang de verpakking in de opslag staat, niet alleen op de dag van binnenkomst. Een verbleekt, gescheurd of half losgelaten etiket voldoet daar niet meer aan.
Let op
Vervang een onleesbaar etiket altijd door een etiket met exact dezelfde informatie: hetzelfde gevaarsetiket, hetzelfde UN-nummer en dezelfde CLP-gegevens. Twijfel je, haal de gegevens dan uit het veiligheidsinformatieblad of bij de leverancier.
Koppel de controle bijvoorbeeld aan je voorraadtelling en leg vast wie etiketten mag vervangen.
Etiketten die bestand zijn tegen de omstandigheden
In een opslag voor gevaarlijke stoffen krijgt een etiket het zwaar te verduren. Denk aan condens, temperatuurwisselingen, uv-licht en morsingen van oplosmiddelen of zuren. PGS 15 eist dat de verpakking van stoffen die buiten worden opgeslagen bestand is tegen alle mogelijke weersinvloeden. Leg dezelfde lat voor het etiket op die verpakking.
Papier voldoet voor droge, binnen opgeslagen dozen. Bij buitenopslag, vocht of contact met chemicaliën ligt een kunststof etiket met permanente lijm meer voor de hand. Hoe vocht, temperatuur en chemicaliën het materiaal en de kleefkracht beïnvloeden, lees je in ons artikel over invloed van omgevingsfactoren. Met ruim 30 jaar ervaring en eigen productie in Nederland en Duitsland denken we graag met je mee over het juiste materiaal voor jouw opslag.
Controle en inspectie: wie kijkt mee?
Het toezicht op PGS 15 ligt bij verschillende partijen. De omgevingsdienst controleert namens het bevoegd gezag of je opslag voldoet aan het Bal en je vergunning. De Nederlandse Arbeidsinspectie (voorheen Inspectie SZW) gebruikt PGS 15 bij het toezicht op de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling. De brandweer is bij een incident de partij die op je journaal en je borden vertrouwt.
Bij een controle op etikettering en registratie kun je in elk geval rekenen op de punten die rechtstreeks uit de voorschriften volgen:
- Zijn alle verpakkingen voorzien van een leesbaar ADR- of CLP-etiket, of van een werkpleketiket bij interne verpakkingen?
- Hangen bij de toegangsdeuren waarschuwingsborden die passen bij de stoffen die er werkelijk liggen, en is het rook- en vuurverbod aangegeven?
- Is het journaal aanwezig, actueel en direct toegankelijk, en kloppen UN-nummers en gevaarsetiketten met wat er in de stellingen staat?
- Zijn de veiligheidsinformatiebladen beschikbaar?
- Worden onverenigbare stoffen gescheiden opgeslagen, en zijn lekbakken en blusmiddelen op orde?
Voor die laatste punten geeft PGS 15 concrete eisen. Een opvangvoorziening moet ten minste 110% van de grootste verpakking kunnen opvangen, of 10% van de totale inhoud als dat meer is. Per 200 m2 opslagvoorziening hoort ten minste één draagbaar blustoestel met minimaal 5 kg of 5 liter blusstof. En wordt er op de locatie meer dan 2.500 kg opgeslagen, dan moet bij werkzaamheden in de opslag een deskundige aanwezig zijn die aantoonbaar weet hoe je met de aanwezige stoffen en incidenten omgaat. Wie de etiketten kan lezen en het journaal bijhoudt, heeft een groot deel van de controle al voorbereid.
Wil je het totaalbeeld van etikettering bij gevaarlijke stoffen, van vervoer tot opslag, lees dan onze gids over gevaarlijke stoffen etiketten.
Veelgestelde vragen
Hieronder vind je antwoord op de meest gestelde vragen.
Wat is PGS 15?
PGS 15 is de richtlijn uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-stoffen. Ze krijgt rechtskracht via het Bal of je omgevingsvergunning.
Wanneer moet ik aan PGS 15 voldoen?
Dat hangt af van de soort en de hoeveelheid stoffen die je opslaat. Het Bal kent ondergrenzen per categorie, met een algemene grens van 1.000 kg in totaal en veel lagere grenzen voor de gevaarlijkste stoffen. Kom je erboven, dan moet de opslag aan PGS 15 voldoen. De omgevingsdienst kan je vertellen wat voor jouw locatie geldt.
Welke borden moeten er bij een opslag van gevaarlijke stoffen hangen?
Bij de toegangsdeur hangen waarschuwingsborden die het gevaar van de opgeslagen stoffen aanduiden, aangebracht volgens artikel 8.10 van de Arbeidsomstandighedenregeling. Daarnaast hoort er een pictogram voor het rook- en vuurverbod volgens NEN-EN-ISO 7010 en NEN 3011. Alleen een LQ-aanduiding is niet voldoende.
Wat is het verschil tussen PGS 15 en het ADR?
Het ADR regelt het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, PGS 15 de opslag. PGS 15 bouwt wel op het ADR voort: het gebruikt de ADR-klassen voor de indeling en verwacht dat transportverpakkingen in de opslag hun ADR-etiketten en UN-nummer houden.
Moet ik gevaarlijke stoffen gescheiden opslaan?
Ja, als stoffen gevaarlijk met elkaar kunnen reageren. PGS 15 bevat een scheidingstabel per ADR-klasse, bijvoorbeeld voor brandbare vloeistoffen en oxiderende stoffen. Voor LQ- en EQ-goederen in transportverpakking geldt de scheidingsplicht niet.
Conclusie
PGS 15 is de richtlijn voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, en etikettering en markering zijn er een vast onderdeel van. Op de verpakkingen blijven de ADR-gevaarsetiketten en het UN-nummer of de CLP-etiketten zitten en leesbaar, ook als een verpakking leeg maar ongereinigd is. Bij de deur hangen waarschuwingsborden en een rook- en vuurverbod. Het etiket is het startpunt voor de scheiding van stoffen en moet kloppen met het journaal. Vervang onleesbare etiketten door etiketten met exact dezelfde gegevens. Voor de voorschriften die op jouw locatie gelden, kijk je in de PGS 15-publicatie en je vergunning en vraag je de omgevingsdienst.
Wil je weten welk etiketmateriaal standhoudt in jouw opslag, of heb je ADR-etiketten nodig voor herverpakte goederen? We denken graag met je mee. Stuur je vraag direct via het formulier hieronder.
Vertel wat je nodig hebt
Vul het formulier in en je hebt binnen 24 uur een vrijblijvende offerte. Weet je de specificaties nog niet precies? Dan denken we met je mee. Korte lijnen, dus je hoort snel van ons.