Een UN nummer is het nummer van vier cijfers waarmee een gevaarlijke stof tijdens transport wereldwijd herkenbaar is. Je ziet het op dozen, vaten en jerrycans, altijd voorafgegaan door de letters UN, bijvoorbeeld UN 1263 voor verf. Brandweer, vervoerder en inspectie weten aan dat nummer meteen met welke stof ze te maken hebben, ongeacht de taal op de verpakking.
In dit artikel lees je wat een UN-nummer is, waar je het vindt, hoe je het op het collo zet en wat de verpakkingsgroep betekent. We leggen ook uit waarom het UN-nummer van de stof iets anders is dan de UN-codering op de verpakking zelf. Dit is uitleg, geen juridisch advies. De exacte voorschriften staan in de ADR-editie die nu geldt, en bij twijfel schakel je een ADR-veiligheidsadviseur in.
Waar het op neerkomt
Een UN-nummer (ook wel VN-nummer of stofidentificatienummer) is een code van vier cijfers die een gevaarlijke stof of groep stoffen aanduidt.
Je vindt het in rubriek 14 van het veiligheidsinformatieblad en in tabel A van hoofdstuk 3.2 van de ADR.
Op het collo zet je “UN” plus het nummer, duidelijk en blijvend, meestal minstens 12 mm hoog.
De verpakkingsgroep (I, II of III) geeft aan hoe gevaarlijk de stof is en bepaalt welke UN-gekeurde verpakking je mag gebruiken.
De UN-codering die op een gekeurde verpakking staat, zegt iets over de verpakking. Het UN-nummer zegt iets over de stof.
Wat is een UN-nummer?
Een UN-nummer is een identificatienummer van vier cijfers dat de Verenigde Naties toekennen aan gevaarlijke stoffen en voorwerpen. Het systeem komt uit de VN-modelvoorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen. Die vormen de basis voor de regels per vervoerswijze: de ADR voor de weg, de RID voor het spoor, de ADN voor de binnenvaart, de IMDG Code voor zeevervoer en de IATA-voorschriften voor luchtvracht. Daardoor is het nummer overal hetzelfde. In het Nederlands heet het ook VN-nummer of stofidentificatienummer. UN 1203 betekent in Nederland, Duitsland en Spanje gewoon benzine.
Een UN-nummer hoort niet altijd bij precies één chemische stof. Er zijn drie soorten vermeldingen:
- Eén specifieke stof. Bijvoorbeeld UN 1090 voor aceton of UN 1203 voor benzine.
- Een groep vergelijkbare producten. UN 1263 dekt verf en verwante producten, zoals lak, beits, vernis en verdunner voor verf.
- Een verzamelpositie. Voor stoffen zonder eigen vermelding bestaan algemene posities met de toevoeging n.e.g. (niet elders genoemd), zoals UN 1993 voor brandbare vloeistof, n.e.g.
Het UN-nummer staat los van de gevarenklasse, maar hangt er wel direct mee samen. Bij elk nummer hoort in de ADR een klasse, en daarmee het gevaarsetiket dat op het collo moet. Hoe die klassen in elkaar zitten, lees je in ons artikel over de ADR-klassen en etiketten.
Waar vind je het UN-nummer van je product?
Rubriek 14 van het veiligheidsinformatieblad
Elk veiligheidsinformatieblad volgens REACH heeft 16 rubrieken. Rubriek 14 gaat over informatie met betrekking tot het vervoer. Daar staan onder meer het UN-nummer, de juiste ladingnaam (de officiële vervoersnaam), de transportgevarenklasse en de verpakkingsgroep. Het verschil tussen wat op het veiligheidsinformatieblad staat en wat op het etiket moet, leggen we uit in het artikel over het veiligheidsinformatieblad en etiket.
Tabel A in hoofdstuk 3.2 van de ADR
De lijst van gevaarlijke goederen in hoofdstuk 3.2 van de ADR, tabel A, is de officiële bron. Per UN-nummer zie je daar onder meer de naam, de klasse, de verpakkingsgroep, de gevaarsetiketten en de verpakkingsinstructies. Eén UN-nummer kan in die lijst meerdere keren voorkomen, met verschillende verpakkingsgroepen. Kies dan de regel die past bij de eigenschappen van jouw product.
Maak je zelf een mengsel of een nieuw product, dan moet de classificatie vooraf goed worden vastgesteld. Dat is werk voor iemand met kennis van zaken, zoals je ADR-veiligheidsadviseur. Een fout UN-nummer werkt door in het etiket, de verpakking en het vervoersdocument. Hoe de CLP-etikettering in de productie daarbij aansluit, lees je in ons artikel over etiketten in de chemie.
Voorbeelden van UN-nummers
Een paar veelvoorkomende UN-nummers geven een goed beeld van hoe het systeem werkt:
- UN 1263 Verf. Klasse 3, brandbare vloeistof. Afhankelijk van onder meer het vlampunt valt verf in verpakkingsgroep I, II of III.
- UN 1203 Benzine. Klasse 3, verpakkingsgroep II. Een zeer brandbare vloeistof met een vlampunt lager dan 23 °C.
- UN 1090 Aceton. Klasse 3, een veelgebruikt oplosmiddel in industrie en reiniging.
Twee verfproducten met UN 1263 kunnen dus in een andere verpakkingsgroep vallen, met gevolgen voor de verpakking die je mag gebruiken.
Gratis nieuwsbrief
Tips over etiketteren in je mail
Praktische tips, nieuwe producten en aanbiedingen van Etikon Webshop. Je laat alleen je mailadres achter.
Hoe zet je het UN-nummer op de verpakking?
Voor vervoer over de weg schrijft de ADR voor dat elk collo duidelijk en blijvend wordt voorzien van het UN-nummer van de inhoud, voorafgegaan door de letters UN. Dus niet alleen 1263, maar UN 1263. De vermelding moet goed zichtbaar en leesbaar zijn en bestand tegen weersinvloeden.
Voor de tekenhoogte van “UN” en het nummer gelden minimummaten:
- Minstens 12 mm hoog als hoofdregel.
- Minstens 6 mm hoog voor colli van ten hoogste 30 liter of 30 kg netto, en voor gasflessen van ten hoogste 60 liter waterinhoud.
- Een passende, leesbare grootte voor colli van 5 liter of 5 kg of minder.
Veel bedrijven zetten het UN-nummer met een etiket of een opdruk vanuit de labelprinter op het collo. Let erop dat het materiaal past bij de omstandigheden, want vocht, kou en schuren tijdens transport kunnen een etiket onleesbaar maken. Meer daarover lees je in ons artikel over invloed van omgevingsfactoren op etiketten.
Let op
Verstuur je kleine hoeveelheden als Limited Quantity, dan gelden andere regels voor de markering van het collo. Ga er dus niet vanuit dat de regels in dit artikel ook voor LQ-zendingen gelden.
Hoe dat precies zit, lees je in het artikel wanneer je het LQ-etiket nodig hebt.
Plaatsing naast het gevaarsetiket
Naast het UN-nummer draagt een collo het gevaarsetiket of de gevaarsetiketten die in tabel A bij de stof horen. De ADR schrijft voor dat etiketten, als de afmetingen van het collo dat toelaten, op hetzelfde vlak worden aangebracht, dat ze niet worden afgedekt door een ander etiket of een deel van de verpakking, en dat meerdere etiketten naast elkaar komen. Een gangbare werkwijze is daarom om het UN-nummer en het gevaarsetiket samen op één zijde van het collo te plaatsen.
Etikon Webshop levert ADR-etiketten van 100 x 100 mm op rol, per 1.000 stuks, met kern 40 mm en een permanente lijm, in papier of in PP (kunststof). Je vindt het overzicht in de categorie ADR-etiketten.
De officiële vervoersnaam
Bij elk UN-nummer hoort een officiële vervoersnaam, in het Engels proper shipping name. Voor UN 1263 is dat Verf, voor UN 1203 Benzine. Die naam staat in tabel A en moet in het vervoersdocument staan, samen met onder meer het UN-nummer, de etiketnummers en de verpakkingsgroep.
Voor wegvervoer is de vervoersnaam op het collo zelf alleen voor een paar klassen verplicht, zoals klasse 1 (ontplofbare stoffen), klasse 7 (radioactieve stoffen) en bij hervulbare gasflessen. Bij zee- en luchtvervoer vragen de IMDG Code en de IATA-voorschriften wel om de vervoersnaam op de verpakking. Gaat je zending ook over zee of door de lucht, zet de vervoersnaam er dan bij.
Wat is de verpakkingsgroep in de ADR?
De meeste stoffen zijn in de ADR ingedeeld in een van drie verpakkingsgroepen, die de mate van gevaar aangeven.
Verpakkingsgroep I
Zeer gevaarlijke stoffen
Alleen verpakking gekeurd met de letter X.
Verpakkingsgroep II
Middelmatig gevaarlijke stoffen
Verpakking gekeurd met X of Y. Benzine (UN 1203) valt hieronder.
Verpakkingsgroep III
In mindere mate gevaarlijke stoffen
Verpakking gekeurd met X, Y of Z.
Klasse 1, klasse 2, klasse 5.2, klasse 6.2 en klasse 7 kennen geen verpakkingsgroepen.
Verpakkingsgroep I staat voor zeer gevaarlijke stoffen, verpakkingsgroep II voor middelmatig gevaarlijke stoffen en verpakkingsgroep III voor in mindere mate gevaarlijke stoffen. De klassen 1, 2, 5.2, 6.2 en 7 werken niet met verpakkingsgroepen. In tabel A zie je per UN-nummer welke verpakkingsgroep geldt. Zoals bij verf kan één nummer bij meerdere verpakkingsgroepen voorkomen, afhankelijk van de eigenschappen van het product.
De verpakkingsgroep bepaalt welke verpakking je mag gebruiken, komt in het vervoersdocument en telt mee bij de vraag of je zending onder een vrijstelling valt. Over die vrijstelling en de puntenregeling lees je meer in het artikel over gevaarlijke stoffen vervoeren en de vrijstelling.
UN-gekeurde verpakking: wat betekent het UN-keurmerk?
Gevaarlijke stoffen mag je in de meeste gevallen alleen vervoeren in een UN-gekeurde verpakking. Dat is een verpakking waarvan het type is beproefd volgens de eisen van de ADR, met onder meer valproeven en, voor vloeistoffen, druk- en lekproeven. Een verpakking die is goedgekeurd, krijgt een UN-codering. Dat noemen we ook het UN-keurmerk of de UN-kenmerking van de verpakking.
Hier ontstaat vaak verwarring. Het UN-nummer zegt welke stof er in het collo zit. De UN-codering op een vat of doos zegt voor welk soort stoffen de verpakking geschikt en gekeurd is. Een lege, gekeurde jerrycan draagt dus wel een UN-codering, maar nog geen UN-nummer.
Zo lees je de UN-codering op een verpakking
De ADR geeft zelf een voorbeeld van een codering voor een kartonnen doos: 4G/Y145/S/02/NL/VL823, voorafgegaan door het UN-verpakkingssymbool (een kleine u met een n erin). De onderdelen betekenen het volgende:
Opbouw van de UN-codering
4GHet verpakkingstype, hier een kist of doos van karton.
Y145Geschikt voor verpakkingsgroep II en III, maximale brutomassa 145 kg.
SBestemd voor vaste stoffen of binnenverpakkingen.
02/NL/VL823Jaar van fabricage, land van keuring en code van de fabrikant.
In de code voor het verpakkingstype geeft het cijfer de soort verpakking aan (1 voor een vat, 3 voor een jerrycan, 4 voor een kist of doos) en de letter het materiaal (A voor staal, G voor karton, H voor kunststof). Zo is 1A1 een stalen vat en 3H1 een kunststof jerrycan, beide met niet-afneembaar deksel. Daarna volgt de letter voor de verpakkingsgroepen. X betekent geschikt voor verpakkingsgroep I, II en III, Y voor II en III, en Z alleen voor III. Het getal erachter is bij vaste stoffen de maximale brutomassa in kg, hier 145 kg, en bij vloeistoffen de relatieve dichtheid. De S staat voor vaste stoffen of binnenverpakkingen. Bij verpakkingen voor vloeistoffen staat op die plek de hydraulische beproevingsdruk in kPa. Het slot is het fabricagejaar, het land van keuring en de code van de fabrikant.
Voor verf met UN 1263 in verpakkingsgroep II heb je dus een verpakking nodig met een X- of Y-codering. Een verpakking met alleen Z is dan niet toegestaan. Welke verpakkingstypen precies zijn toegestaan, volgt uit de verpakkingsinstructie in tabel A.
Het oranje bord op het voertuig
Ook het oranje bord op een vrachtwagen kan het UN-nummer bevatten. Bij vervoer in tanks en in bulk staat in de bovenste helft van het oranje bord het gevaarsidentificatienummer (het Kemler-getal) en in de onderste helft het UN-nummer. Voor benzine is dat bijvoorbeeld 33 boven en 1203 onder. Bij vervoer van verpakte goederen, zoals dozen en vaten, voert een voertuig dat onder de volledige ADR-regels valt meestal een oranje bord zonder nummers.
Of je voertuig oranje borden moet voeren, hangt af van de hoeveelheden en vrijstellingen. In onze complete gids over gevaarsetiketten zie je hoe alle onderdelen samenhangen.
Veelgestelde vragen
Hieronder vind je antwoord op de meest gestelde vragen.
Wat betekent het UN-nummer op een verpakking?
Het UN-nummer op een collo geeft aan welke gevaarlijke stof erin zit. Het is een code van vier cijfers, voorafgegaan door de letters UN, die wereldwijd dezelfde betekenis heeft.
Waar vind ik het UN-nummer van een product?
Je vindt het UN-nummer in rubriek 14 van het veiligheidsinformatieblad van het product. De officiële bron is tabel A in hoofdstuk 3.2 van de ADR, waar per UN-nummer ook de klasse, de verpakkingsgroep en de etiketten staan.
Hoe groot moet het UN-nummer op de verpakking zijn?
Als hoofdregel moeten de letters UN en het nummer minstens 12 mm hoog zijn. Voor colli van ten hoogste 30 liter of 30 kg is dat minstens 6 mm. Bij colli van 5 liter of 5 kg of minder volstaat een passende, leesbare grootte.
Wat is het verschil tussen een UN-nummer en een UN-keurmerk?
Het UN-nummer hoort bij de stof en vertelt wat er in de verpakking zit. Het UN-keurmerk is de codering op de verpakking zelf en vertelt dat het verpakkingstype is beproefd en voor welke verpakkingsgroepen het geschikt is.
Wat betekenen X, Y en Z op een UN-verpakking?
De letter geeft aan voor welke verpakkingsgroepen de verpakking is gekeurd. X is geschikt voor verpakkingsgroep I, II en III, Y voor verpakkingsgroep II en III, en Z alleen voor verpakkingsgroep III. Een verpakking met X mag je dus ook voor stoffen uit verpakkingsgroep I gebruiken.
Conclusie
Een UN-nummer is de code van vier cijfers waarmee een gevaarlijke stof tijdens vervoer overal herkenbaar is. Je vindt het in rubriek 14 van het veiligheidsinformatieblad en in tabel A van de ADR. Op het collo zet je het met de letters UN ervoor, duidelijk, blijvend en in de voorgeschreven tekenhoogte, bij voorkeur samen met het gevaarsetiket op één zijde. De verpakkingsgroep bepaalt welke UN-gekeurde verpakking je mag gebruiken, en die verpakking draagt een eigen UN-codering die niet verward moet worden met het UN-nummer van de inhoud.
Wil je zeker weten dat je ADR-etiketten goed blijven zitten en leesbaar blijven op jouw verpakkingen? We denken graag met je mee over materiaal, lijm en formaat. Stuur je vraag direct via het formulier hieronder.
Vertel wat je nodig hebt
Vul het formulier in en je hebt binnen 24 uur een vrijblijvende offerte. Weet je de specificaties nog niet precies? Dan denken we met je mee. Korte lijnen, dus je hoort snel van ons.