Wie gevaarlijke stoffen verpakt, opslaat of verstuurt, krijgt te maken met een stapel regels en een flinke verzameling symbolen. Gevaarlijke stoffen etiketten vertellen in één oogopslag wat er in een verpakking zit en welk risico daarbij hoort, voor de chauffeur, de magazijnmedewerker en de hulpdienst die bij een ongeval als eerste ter plaatse is. Maar welk etiket hoort waar? Een ruitvormig ADR-label voor het wegvervoer is iets anders dan een CLP-pictogram op een fles schoonmaakmiddel, en voor zee- en luchtvracht gelden weer eigen regels.
In deze gids zetten we het overzicht neer. Je leest wat ADR is en hoe het zich verhoudt tot CLP/GHS, IMDG en IATA DGR, welke etiketten en markeringen er bestaan, waar je op let bij materiaal en printtechniek en welke fouten we in de praktijk het vaakst zien.
Eén ding vooraf: dit artikel is uitleg, geen juridisch advies. De exacte voorschriften staan in de officiële teksten, en voor de toepassing in jouw bedrijf is een ADR-veiligheidsadviseur het juiste aanspreekpunt.
Waar het op neerkomt
ADR regelt het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. CLP regelt de etikettering van stoffen en mengsels voor levering en gebruik. Voor zeevervoer geldt IMDG, voor luchtvracht IATA DGR.
Een gevaarsetiket voor een collo is ruitvormig en minimaal 100 x 100 mm. Alleen als de verpakking te klein is, mag het naar verhouding kleiner.
Naast het gevaarsetiket komen er vaak extra kenmerken op de verpakking: het UN-nummer, het LQ-merkteken, de lithiumbatterijmarkering, het kenmerk milieugevaarlijk of oriëntatiepijlen.
Etiketten en kenmerken moeten leesbaar blijven onder weer en wind. Voor zeevervoer moet de informatie zelfs na drie maanden in zeewater nog herkenbaar zijn.
Kunststof etiketten met een permanente lijm en een thermotransfer-afdruk houden het het langst vol. Papier volstaat alleen bij droge, korte ketens.
Wat is ADR?
ADR is de gangbare afkorting van het Europese verdrag over het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, in het Frans het Accord relatif au transport international des marchandises Dangereuses par Route. Dat is meteen de ADR betekenis. Het verdrag valt onder de Verenigde Naties (UNECE) en wordt in Nederland en de rest van Europa ook toegepast op binnenlands wegvervoer. Voor het spoor bestaat een vergelijkbare regeling, RID, en voor de binnenvaart ADN.
De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), die in Nederland toezicht houdt, vat het praktisch samen: heeft een stof een UN-nummer, dan is het ADR van toepassing. In het ADR staat hoe je die stof verpakt, etiketteert en kenmerkt voordat je hem voor vervoer aanbiedt. Volgens de ILT zijn afzenders en beladers ervoor verantwoordelijk dat dit veilig en volgens de regels gebeurt.
De ADR wetgeving staat niet stil. Het verdrag wordt doorgaans om de twee jaar herzien, met een overgangsperiode waarin de vorige versie nog even mag worden gebruikt. Werk daarom altijd met de ADR-editie die nu geldt, en controleer bij een nieuwe editie of er iets verandert aan jouw etiketten of verpakkingen.
Het ADR deelt gevaarlijke stoffen in negen hoofdklassen in, een deel daarvan met subklassen. Elke klasse heeft een eigen gevaarsetiket. Welke stof in welke klasse valt en welk label daarbij hoort, lees je in ons artikel over ADR-klassen en hun etiketten. Niet elke zending valt volledig onder alle regels: voor kleinere hoeveelheden bestaan vrijstellingen, zoals de 1000-puntenregeling. Hoe dat werkt, leggen we uit in het artikel over de ADR-vrijstelling bij vervoer.
Bedrijven die gevaarlijke stoffen vervoeren, laten vervoeren, laden, lossen, vullen of verpakken, moeten volgens het ADR (subsectie 1.8.3) in de regel een veiligheidsadviseur aanstellen. Daar gelden uitzonderingen op, bijvoorbeeld bij vervoer binnen de 1000-puntenregeling of van beperkte hoeveelheden. Die adviseur heeft een certificaat dat vijf jaar geldig is en is de aangewezen persoon om twijfelgevallen over etikettering mee door te nemen.
ADR, CLP/GHS, IMDG en IATA DGR: welke regels gelden wanneer?
Op één jerrycan staan soms twee soorten symbolen. Dat komt doordat er regelingen naast elkaar bestaan: de ene gaat over transport, de andere over het product zelf.
Wegvervoer
ADR
Gevaarsetiketten, UN-nummer en kenmerken op colli en voertuigen.
Levering en gebruik
CLP/GHS
Gevarenpictogrammen, signaalwoord en H- en P-zinnen op het product.
Zeevervoer
IMDG
Vergelijkbaar met ADR, met extra eisen aan bestendigheid tegen zeewater.
Luchtvracht
IATA DGR
Praktische uitwerking van de ICAO-regels, met eigen labels zoals Cargo Aircraft Only.
Gaat een zending via meerdere vervoerswijzen, dan moet de verpakking aan de regels van elk deel van de route voldoen.
ADR: transport over de weg
Het ADR kijkt naar de risico’s tijdens vervoer: brand, lekkage, explosie, vergiftiging. De gevaarsetiketten zijn daarom groot, per klasse anders van kleur en van afstand herkenbaar. Ze staan op de buitenverpakking, het collo, en bij grotere eenheden komen daar grote etiketten en oranje borden op containers en voertuigen bij.
CLP/GHS: etikettering van stoffen en mengsels
De CLP-verordening (Classification, Labelling and Packaging) is de Europese uitwerking van het wereldwijde GHS-systeem van de Verenigde Naties. CLP bepaalt hoe je een stof of mengsel indeelt en etiketteert wanneer je het levert of gebruikt, los van transport. Op het CLP-etiket staan onder meer de gevarenpictogrammen, een signaalwoord en de H- en P-zinnen. De negen GHS-pictogrammen zijn rood omrande ruiten met een zwart symbool op een witte achtergrond, en verschillen daarmee duidelijk van de ADR-labels. Het verschil tussen beide soorten symbolen lees je in ons artikel over gevarensymbolen en GHS-pictogrammen. Wat de gevarenaanduidingen en voorzorgsmaatregelen precies inhouden, staat in de uitleg over H- en P-zinnen.
Waar ADR en CLP elkaar raken, helpt artikel 33 van de CLP-verordening. Staat er op de buitenverpakking al een transportetiket voor hetzelfde gevaar, dan hoeft het CLP-pictogram voor dat gevaar daar niet nog eens op. Op de binnenverpakking, de fles of het blik zelf, blijft het CLP-etiket wel nodig. Hoe dat er in de chemische productie uitziet, beschrijven we in etiketten in de chemie.
Naast het etiket hoort bij een gevaarlijke stof ook een veiligheidsinformatieblad, het document met de volledige gegevens over samenstelling, risico’s en maatregelen. Etiket en blad vullen elkaar aan, maar hebben elk een eigen rol. Wat waar hoort, lees je in het artikel over het veiligheidsinformatieblad (MSDS).
IMDG: transport over zee
Voor zeevervoer geldt de IMDG Code van de Internationale Maritieme Organisatie. De opbouw lijkt sterk op die van het ADR: dezelfde klassen, dezelfde UN-nummers en grotendeels dezelfde etiketten. Een belangrijk verschil zit in de bestendigheid. Volgens de IMDG Code moet de informatie op een collo nog herkenbaar zijn nadat het minstens drie maanden in zee heeft gelegen. Daarnaast kent IMDG een eigen kenmerk voor stoffen die schadelijk zijn voor het zeemilieu (marine pollutant).
IATA DGR: transport door de lucht
Luchtvracht valt onder de Technical Instructions van ICAO, de luchtvaartorganisatie van de VN. IATA vertaalt die in de Dangerous Goods Regulations (IATA DGR), een praktisch handboek voor verladers, luchtvaartmaatschappijen en expediteurs. ICAO werkt de regels om de twee jaar bij, IATA brengt elk jaar een nieuwe editie uit. Internationaal heet dit alles kortweg dangerous goods. In de luchtvracht gelden voor sommige goederen strengere regels dan op de weg. Zo mogen losse lithium-ionbatterijen (UN3480) niet als vracht mee in passagiersvliegtuigen en krijgen die colli een Cargo Aircraft Only-label.
Welke etiketten en markeringen zijn er?
Op een collo met gevaarlijke stoffen zie je meestal een combinatie van onderdelen. Het gevaarsetiket is het bekendste, maar het staat zelden alleen. Hieronder de belangrijkste soorten, steeds kort, met een verwijzing naar het artikel waarin we het onderwerp volledig uitwerken.
Van stof naar gekenmerkt collo
ClassificatieBepaal of de stof gevaarlijk is en in welke klasse hij valt.
UN-nummerZoek het juiste nummer en de bijbehorende voorschriften op in de stoffenlijst.
GevaarsetiketPlak het voorgeschreven ruitvormige label of de labels.
Aanvullende kenmerkenVoeg waar nodig LQ, lithium, milieugevaarlijk of oriëntatiepijlen toe.
Die volgorde is logisch: eerst de classificatie, dan het UN-nummer, dan het gevaarsetiket en tot slot de aanvullende kenmerken.
Gevaarsetiketten: de ruitvormige labels
Het gevaarsetiket, ook wel ADR label, ADR sticker of gevarenetiket genoemd, is een vierkant dat op zijn punt staat, dus een ruit. Op de verpakking is het minimaal 100 x 100 mm, met een lijn op ongeveer 5 mm binnen de rand. In de bovenste helft staat het symbool, in de onderste punt het klassenummer. Is de verpakking te klein voor dat formaat, dan mag het etiket naar verhouding kleiner, zolang alles duidelijk zichtbaar blijft. Heeft een stof meerdere gevaren, dan krijgt het collo meerdere etiketten. Op containers en tankcontainers worden grote etiketten gebruikt van minimaal 250 x 250 mm.
Bij Etikon Webshop zijn alle ADR-etiketten 100 x 100 mm, op rollen van 1.000 stuks met een kern van 40 mm en een permanente lijm. Het complete aanbod per klasse vind je in de categorie ADR-etiketten op rol.
Het UN-nummer
Het UN-nummer is een viercijferig nummer dat een stof of groep stoffen wereldwijd identificeert, voorafgegaan door de letters “UN”. Het staat naast het gevaarsetiket op het collo. De letters en cijfers zijn minimaal 12 mm hoog. Bij verpakkingen tot 30 liter of 30 kg mag dat 6 mm zijn, en bij verpakkingen tot 5 liter of 5 kg volstaat een passend, leesbaar formaat. Hoe je het juiste nummer vindt en waar het precies moet staan, lees je in wat een UN-nummer is.
Limited Quantity (LQ)
Verstuur je gevaarlijke stoffen in kleine binnenverpakkingen, zoals spuitbussen of flesjes, dan kan de regeling voor beperkte hoeveelheden gelden. Het collo krijgt dan in plaats van de gewone gevaarsetiketten het LQ-merkteken: een ruit met zijden van 100 mm, een zwarte boven- en onderpunt. Welke grenzen er gelden en wanneer je het merkteken nodig hebt, staat in het artikel over Limited Quantity (LQ). In de shop vind je het LQ-etiket op rol.
Lithiumbatterijmarkering
Lithiumbatterijen zijn gevaarlijke goederen, ook als ze in een apparaat zitten. UN3480 staat voor losse lithium-ionbatterijen, UN3481 voor lithium-ionbatterijen die in een apparaat zijn ingebouwd of met een apparaat zijn meeverpakt. Afhankelijk van de situatie krijgt een collo het klasse 9-etiket voor batterijen of de lithiumbatterijmarkering. Die markering is minimaal 100 x 100 mm en mag bij kleine colli terug naar 100 mm breed en 70 mm hoog, met het UN-nummer op het merkteken. Welke combinatie je nodig hebt, verschilt per type batterij en per vervoerswijze. Dat werken we uit in lithiumbatterijen verzenden.
Kenmerk milieugevaarlijke stof
Stoffen die schadelijk zijn voor het milieu krijgen een apart kenmerk: een ruit met zijden van 100 mm met een dode vis en een boom. Voor verpakkingen met kleine hoeveelheden, tot 5 liter of 5 kg, geldt onder voorwaarden een uitzondering. Bij zeevervoer heet dit kenmerk het marine pollutant-kenmerk.
Oriëntatiepijlen
Oriëntatiepijlen geven aan welke kant boven moet. Ze zijn onder meer verplicht bij combinatieverpakkingen met vloeistoffen in de binnenverpakkingen, bij verpakkingen met een ontluchting en bij cryogene houders.
Gratis nieuwsbrief
Tips over etiketteren in je mail
Praktische tips, nieuwe producten en aanbiedingen van Etikon Webshop. Je laat alleen je mailadres achter.
Opslag in het magazijn: PGS 15
Etikettering stopt niet bij de deur van de vrachtwagen. Sla je verpakte gevaarlijke stoffen op, dan krijg je in Nederland te maken met PGS 15, de richtlijn voor opslag van verpakte gevaarlijke stoffen uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Daarin gaat het onder meer over scheiding van stoffen, opslagvoorzieningen en de markering van opslagplaatsen. Wat PGS 15 vraagt op het gebied van etiketten en borden, lees je in het artikel over PGS 15 en etikettering.
Materiaal en printkeuze: zo blijft het etiket leesbaar
Een gevaarsetiket heeft alleen waarde zolang het leesbaar is. Het ADR eist dat de kenmerken op een collo goed zichtbaar en leesbaar zijn en blootstelling aan weer en wind doorstaan zonder wezenlijk aan werking te verliezen. Voor zeevervoer gaat IMDG verder, met de eis van drie maanden in zeewater. Een etiket dat na een regenbui omkrult, of waarvan de kleur verbleekt na een paar weken buiten, voldoet daar niet aan.
Kunststof of papier
Kunststof etiketten, zoals PP (polypropyleen), zijn bestand tegen vocht, wrijving en veel chemicaliën. Ze scheuren niet snel en laten minder makkelijk los op vaten, jerrycans en IBC’s die buiten staan of met vloeistof in aanraking komen. Papier is goedkoper en werkt prima op droge kartonnen dozen in een overzichtelijke keten, bijvoorbeeld pakketten die binnen een paar dagen bij de klant zijn. Zodra er vocht, kou, buitenopslag of zeevervoer in het spel is, kies je beter voor kunststof.
In ons assortiment is een deel van de ADR-etiketten van PP en een deel van papier, allemaal met een permanente lijm. Welke rol de ondergrond, de temperatuur en vocht spelen bij de hechting, lees je in ons artikel over omgevingsfactoren en etiketten.
Voorbedrukt of zelf printen
De gevaarsetiketten zelf koop je meestal voorbedrukt, in de juiste kleuren en vormen. Variabele gegevens zoals het UN-nummer, de juiste vervoersnaam of het adres print je vaak zelf, op een apart etiket of op een combinatielabel. Daarvoor is thermotransfer de betere keuze dan direct thermisch printen. Bij thermotransfer brengt een printlint de inkt op het etiket aan, waardoor de afdruk beter bestand is tegen wrijving, warmte, licht en vocht. Het verschil leggen we uit in ons artikel over thermisch versus thermotransfer printen.
Een gevaarsetiket moet het langer volhouden dan de reis. Kies het materiaal op de zwaarste omstandigheid in de keten, niet op de gemiddelde.
Veelgemaakte fouten met gevaarsetiketten
- Een CLP-pictogram gebruiken in plaats van een ADR-etiket. Een rood omrande ruit met een vlam is geen transportetiket. Voor vervoer heb je het ADR-label van de juiste klasse nodig.
- Het etiket te klein maken. De norm is minimaal 100 x 100 mm. Verkleinen mag alleen als de verpakking echt te klein is.
- Het UN-nummer vergeten of te klein printen. Het gevaarsetiket alleen is niet genoeg. Het UN-nummer hoort er in de juiste letterhoogte bij.
- Oude etiketten laten zitten. Een hergebruikte doos of vat met labels van een vorige zending zorgt voor verwarring. Verwijder of bedek etiketten die niet meer kloppen.
- Papier gebruiken waar kunststof nodig is. Buitenopslag, condens of zeevervoer vragen om een materiaal dat tegen water kan.
- Niet bijhouden welke regels veranderen. Een nieuwe ADR-editie of IATA-uitgave kan gevolgen hebben voor je kenmerken. Laat je veiligheidsadviseur dit periodiek nalopen.
Hoe kies je de juiste gevaarsetiketten?
Zet voor jezelf de volgende vragen op een rij voordat je etiketten bestelt:
- Welke stoffen verstuur of bewaar je? Haal de klasse en het UN-nummer uit het veiligheidsinformatieblad, rubriek 14 bevat de transportgegevens.
- Hoe gaat het vervoer? Alleen over de weg, of ook over zee of door de lucht? Dat bepaalt of IMDG of IATA DGR meespeelt.
- In welke hoeveelheden? Kleine binnenverpakkingen kunnen onder LQ vallen, kleine totale hoeveelheden onder een vrijstelling.
- Onder welke omstandigheden? Binnen en droog, of buiten, koud, vochtig en lang onderweg? Dat bepaalt papier of kunststof.
Twijfel je over de classificatie of de regels voor jouw zending, leg dat dan voor aan je ADR-veiligheidsadviseur. Twijfel je over materiaal, formaat of rolmaat, dan denken wij graag met je mee.
Alles over ADR- en gevaarsetiketten
Veelgestelde vragen
Hieronder vind je antwoord op de meest gestelde vragen.
Wat betekent ADR?
ADR is de afkorting van het Europese verdrag voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg. Het bepaalt hoe je gevaarlijke stoffen verpakt, etiketteert en kenmerkt voordat ze de weg op gaan. In Nederland houdt de ILT toezicht op de naleving.
Wat is het verschil tussen ADR en CLP?
ADR gaat over het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, CLP over de indeling en etikettering van stoffen en mengsels voor levering en gebruik. ADR-etiketten zijn ruiten met een eigen kleurstelling per klasse en een klassenummer onderaan, CLP-pictogrammen zijn rood omrande ruiten met een zwart symbool op wit. Op één verpakking kun je met beide te maken krijgen.
Hoe groot moet een ADR-etiket zijn?
Een gevaarsetiket op een collo is minimaal 100 x 100 mm. Alleen als de verpakking daar te klein voor is, mag het naar verhouding kleiner, zolang het duidelijk zichtbaar blijft.
Welke etiketten moeten er op een verpakking met gevaarlijke stoffen?
Voor wegvervoer zijn dat in de regel het UN-nummer en het gevaarsetiket of de gevaarsetiketten die bij de stof horen. Afhankelijk van de stof en de verpakking komen daar kenmerken bij, zoals milieugevaarlijk, LQ, de lithiumbatterijmarkering of oriëntatiepijlen. Op de binnenverpakking geldt daarnaast meestal het CLP-etiket.
Mag ik papieren ADR-etiketten gebruiken?
Papier kan, zolang het etiket goed zichtbaar en leesbaar blijft onder de omstandigheden van de reis. Bij droge dozen in een korte keten is dat vaak geen probleem. Bij vocht, buitenopslag of zeevervoer is een kunststof etiket zoals PP de veiligere keuze.
Conclusie
Gevaarlijke stoffen etiketten zijn geen losse stickers, maar onderdeel van een samenhangend systeem. ADR regelt het wegvervoer, CLP/GHS de etikettering van het product, IMDG het zeevervoer en IATA DGR de luchtvracht. Op een collo komen meestal het ruitvormige gevaarsetiket van minimaal 100 x 100 mm en het UN-nummer, aangevuld met kenmerken zoals LQ, lithium, milieugevaarlijk of oriëntatiepijlen. Kies materiaal en printtechniek op de zwaarste omstandigheid in de keten, en houd bij wanneer de regels veranderen.
Weet je welke klassen je nodig hebt maar twijfel je over papier of kunststof, of over de rolmaat voor jouw printer? We denken graag met je mee. Stuur je vraag direct via het formulier hieronder.
Vertel wat je nodig hebt
Vul het formulier in en je hebt binnen 24 uur een vrijblijvende offerte. Weet je de specificaties nog niet precies? Dan denken we met je mee. Korte lijnen, dus je hoort snel van ons.